Over badminton…

In de 19e eeuw stond de sport badminton bekend als Poona. Engelse legerofficieren in Poona waren één van de eersten, die badminton speelden.

Badminton is de snelste racketsport en als je de basis een beetje onder de knie hebt, lijkt het niet op dat campingspelletje. Want in plaats van naar elkaar over te slaan, gaat het er juist om dat je punten scoort door de shuttle op de grond van de tegenstander te krijgen. En daar word je behoorlijk fit van, want zo gemakkelijk is het niet! Je hoeft er niet sterk voor te zijn, omdat techniek en tactiek veel belangrijker zijn. Badminton vereist dan ook de nodige vaardigheden, maar de meeste mensen pakken de sport snel op. En dan zul je merken dat het een ontzettend leuke sport is om te beoefenen!

Badminton is een olympische sport die wordt gespeeld met een racket en een shuttle. De shuttle, die gemaakt kan zijn van nylon of van veren, wordt over een net heen en weer geslagen met de rackets. Badminton wordt in een zaal gespeeld, zodat er geen hinder van wind en andere weersomstandigheden is.

Er doen veel verschillende theorieën de ronde over het ontstaan van badminton, maar men gaat er algemeen van uit dat badminton zijn oorsprong vindt in Brits-Indië. Er zijn afbeeldingen bekend van begin 19e eeuw waarin het spel battledore and shuttlecock gespeeld wordt. Tevens is bekend dat het spel sterke overeenkomsten vertoont met ball badminton, afkomstig uit Tamil Nadu, en met hanetsuki, afkomstig uit Japan. De Britse soldaten speelden badminton in Brits-Indië. Daar werd het echter poona genoemd naar de gelijknamige stad Poona. Later kwam het over naar Engeland, in 1873 werd het beoefend op het landgoed van de hertog van Beaufort, Badminton.

Een partij badminton bestaat uit 2 of 3 games van 21 punten. Er zijn verlengingen bij 20-20: er wordt gespeeld tot er 2 punten verschil zijn of, indien dit niet gebeurt, speelt men tot en met 30 punten. Het spel kan dus eindigen met een maximum van 29 tegen 30 punten. Wie twee games wint, is de winnaar van de partij. Als het 1-1 is, wordt er een derde en beslissende game gespeeld.
Het badmintonveld wordt in tweeën gedeeld door een net op 1,55 meter hoogte bij de staander. In het midden mag het net niet lager hangen dan 1,524 meter. Het net zelf moet 0,76 meter hoog zijn. De touwen waarvan het net gemaakt is moeten donker van kleur zijn en van gelijkmatige dikte. De maaswijdte mag variëren van 15 tot 20 millimeter. Het net moet minimaal 6,1 meter lang zijn en een witte boord hebben bovenaan van 75 millimeter die is omgeslagen over de kabel waar het net op hangt. De lijnen die het veld markeren moeten 40 millimeter dik zijn.
Er wordt onderhands geserveerd naar het veld schuin tegenover het vak van waaruit wordt geserveerd. Hierbij moet de shuttle zich op het moment van raken zich in zijn geheel onder het middel van de serveerder bevinden. (“Het middel” is in dit verband een denkbeeldige lijn rond het lichaam van de serveerder, lopend over het laagste punt van beide onderste ribben). Tevens moet de service met één vloeiende beweging geslagen worden. De shuttle wordt over het net heen en weer geslagen (een rally). Zodra de shuttle op de grond komt, wordt het spel gestopt. Afhankelijk van of de shuttle binnen/op de lijnen (in) of buiten de lijnen (uit) valt wordt beoordeeld hoe het spel doorgaat. Als de shuttle op de grond komt door een fout van de serverende partij, wordt de service aan de andere partij overgedragen en krijgt die partij een punt. Als de fout gemaakt is door de tegenpartij, krijgt de serverende partij een punt en blijft hij aan de opslag.